Artikel

TODO

Financiële steun voor kind bij aankoop woning neemt af

27 April 2026

De kloof tussen de woondroom van jongeren en de financiële realiteit wordt steeds groter. Uit een grootschalig marktonderzoek in opdracht van Century 21 Benelux blijkt dat familiale steun vaker noodzakelijk is geworden, maar tegelijk minder evident. Dat bericht Het Laatste Nieuws.

Vandaag heeft nog slechts 51 procent van de Belgen geboren na 1990 een eigen woning, terwijl dat twintig jaar geleden bij jongeren tot 35 jaar nog 65 procent was. Ouders en grootouders zijn zich sterk bewust van die evolutie: amper 22 procent van de ouders gelooft dat hun kinderen nog zonder financiële hulp een woning kunnen kopen. Tegelijk denkt 67 procent dat die steun ook effectief verwacht wordt. Bij grootouders leeft een gelijkaardig gevoel: een derde beschouwt financiële steun voor een woning intussen als een vast onderdeel van het grootouderschap.

Hoewel de bereidheid om te helpen groot blijft — slechts 11 procent van de (groot)ouders weigert principieel financiële steun — botst die bereidheid steeds vaker op financiële grenzen. Zo moet 21 procent van de ouders en zelfs 34 procent van de grootouders toegeven dat ze simpelweg niet over de middelen beschikken. Stijgende levensduurte speelt daarbij een belangrijke rol.

Wie wel kan bijdragen, doet dat doorgaans met beperktere bedragen dan vroeger. De meest voorkomende steun ligt vandaag tussen 10.000 en 25.000 euro. Voor 16 procent blijft het zelfs bij maximaal 10.000 euro, terwijl een kleinere groep van 15 procent nog 50.000 euro of meer kan schenken. Vooral in Vlaanderen en Brussel liggen die hogere bijdragen.

Ook in de cijfers rond woonleningen is die evolutie zichtbaar. Volgens Immotheker Finotheker daalde het gemiddelde bedrag aan eigen middelen voor een lening van 123.000 euro in 2023 naar 86.000 euro eind vorig jaar — een verschil van 37.000 euro. Jongeren kopen bovendien steeds vroeger, vaak zonder eerst te huren, waardoor hun spaargeld beperkter is. Tegelijk krijgen ze minder steun van ouders, die zelf vaak nog studiekosten hebben gedragen.

Minder eigen middelen betekent automatisch zwaardere leningen. Banken rekenen hogere risico’s door in de vorm van hogere rentevoeten en langere looptijden. De gemiddelde looptijd van een woonlening is inmiddels opgelopen tot 24,5 jaar, tegenover 23 jaar in 2024. Om de maandlasten draaglijk te houden, moeten kopers hun budget vaak verlagen: het totale investeringsbedrag voor een woning daalde de voorbije twee jaar met gemiddeld bijna 26.000 euro.

Voor jongeren zonder familiale steun blijft er volgens experts één duidelijke strategie over: langer thuis blijven wonen. Wie onder het ouderlijke dak blijft, kan maandelijks zo’n 1.000 tot 1.200 euro sparen. Op jaarbasis loopt dat op tot 15.000 euro, en na twee jaar kan dat al snel 25.000 euro opleveren — of het dubbele voor koppels. “Hotel mama is vandaag de belangrijkste steun die ouders hun kinderen kunnen geven,” klinkt het.

Stel een vraag