Artikel

Betaalbaar wonen opnieuw achteruit in Vlaanderen

15 May 2026

Wonen is in Vlaanderen opnieuw minder betaalbaar geworden. Dat blijkt uit de nieuwste Woonbalans van Embuild Vlaanderen.

Alleenstaande huurders besteedden in 2025 gemiddeld 55 procent van hun inkomen aan huur en energiekosten, tegenover 54 procent een jaar eerder. Ook voor tweeverdieners die een woning kopen, stijgen de woonlasten verder: zij geven vandaag gemiddeld 34 procent van hun inkomen uit aan de afbetaling van hun hypotheek en energiekosten, tegenover 33 procent in 2024.

Na een lichte verbetering vorig jaar zit de betaalbaarheid van wonen dus opnieuw in dalende lijn. Volgens Embuild dreigt die trend zich ook in 2026 voort te zetten door stijgende energieprijzen, hogere bouwkosten en duurdere hypothecaire leningen als gevolg van de onrust in het Midden-Oosten.

Huurders lopen grootste risico

De Vlaamse Woonbalans brengt jaarlijks in kaart hoeveel van het inkomen naar wonen gaat. Daarbij wordt gekeken naar huur- of hypotheeklasten in combinatie met energiekosten. Algemeen geldt dat woonkosten boven 30 procent van het inkomen kunnen leiden tot betaalbaarheidsproblemen.

Voor alleenstaande huurders kleurt de balans intussen dieprood. In Vlaanderen gaat gemiddeld 55 procent van het inkomen naar wonen. In 2021 was dat nog 51 procent. Vooral in Vlaams-Brabant is de situatie nijpend: daar spenderen alleenstaanden gemiddeld 66 procent van hun inkomen aan woonlasten. Antwerpen volgt met 64 procent. West-Vlaanderen blijft met gemiddeld 50 procent relatief het meest betaalbaar.

Volgens Embuild blijft de druk op de huurmarkt toenemen omdat steeds meer mensen een eigen woning niet langer kunnen betalen en noodgedwongen blijven huren. Tegelijk blijft het aanbod aan betaalbare appartementen beperkt.

Grote verschillen tussen gemeenten

Ook bij kopers zijn de verschillen tussen gemeenten groot. Tweeverdieners die in 2025 een woning kopen, besteden gemiddeld 34 procent van hun inkomen aan woonlasten. In 2021 bedroeg dat nog 27 procent.

De duurste gemeente blijft Knokke-Heist, waar kopers gemiddeld 69 procent van hun inkomen aan wonen besteden. Hoewel dat cijfer lager ligt dan vorig jaar door een afkoeling van de vastgoedprijzen aan de kust, blijft wonen er voor gezinnen met een gemiddeld inkomen quasi onhaalbaar.

Ook in Antwerpen en de Brusselse rand liggen de woonlasten vaak ruim boven de 40 procent. In meer landelijke gemeenten in West- en Oost-Vlaanderen en Limburg blijft wonen aanzienlijk betaalbaarder. Menen scoort met 20 procent het laagst van Vlaanderen. Opvallend is ook dat tweeverdieners in Kortrijk en Roeselare gemiddeld slechts 27,5 procent van hun inkomen aan wonen besteden.

Vier oorzaken voor dure woningen

Volgens Caroline Deiteren zijn er vier grote factoren die wonen in Vlaanderen duur maken: de hoge rente, stijgende materiaalprijzen, het beperkte woningaanbod en de zware belastingdruk.

Ze pleit voor lagere lasten op nieuwbouwprojecten, soepelere vergunningen en minder lokale regels die bouwprojecten vertragen. Daarnaast ziet Embuild veel potentieel in modulair en gestandaardiseerd bouwen.

“Hoe groter het volume van zulke woonmodules, hoe lager de kostprijs”, zegt Deiteren. “Als de productie op volle capaciteit draait, kan dat tot 8 procent besparing opleveren op de totale kostprijs van een bouwproject.”

Snelle resultaten nodig

Met het Vlaamse actieplan rond vergunningen en de zogenaamde bouwboost worden volgens Embuild stappen in de goede richting gezet. Toch dringt de sector aan op snelle resultaten op het terrein.

“Bouwprojecten nemen vandaag veel tijd in beslag. Het is cruciaal dat de maatregelen van de Vlaamse regering die doorlooptijd effectief verkorten”, besluit Deiteren.