Artikel

Knokke: belasting op tweede verblijven opnieuw afgewezen

20 May 2026

De juridische strijd rond de belasting op tweede verblijven in Knokke-Heist krijgt een nieuw hoofdstuk. In een arrest dat dinsdag werd uitgesproken, heeft het hof van beroep in Gent opnieuw geoordeeld dat deze gemeentelijke belasting ingaat tegen het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel uit de Belgische Grondwet.

Een belangrijke beslissing voor heel wat eigenaars van tweede verblijven aan de Belgische kust, al verdwijnt de belasting daardoor niet automatisch voor alle betrokken belastingplichtigen.

Een omstreden belasting die al jaren ter discussie staat

Het dossier gaat terug tot 2019, toen de gemeente Knokke-Heist besliste om de bestaande belasting op tweede verblijven om te vormen tot een zogenaamde “forfaitaire vermogensbelasting”. Die hervorming trad in werking vanaf 2020.

Volgens het gemeentebestuur had die maatregel twee doelstellingen: eigenaars van tweede verblijven laten bijdragen aan de kosten voor infrastructuur en veiligheid én tegelijk de druk op de vastgoedmarkt in een van de duurste badplaatsen van België beperken.

De gemeente verwijst ook naar haar specifieke fiscale model. In Knokke-Heist betalen vaste inwoners namelijk geen aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting. Dat is vrij uitzonderlijk in België.

Maar verschillende eigenaars van tweede verblijven voelden zich al langer benadeeld. Twaalf belastingplichtigen trokken daarom naar de rechtbank om de belasting aan te vechten.

Het hof van beroep blijft kritisch

Een eerste arrest in het voordeel van de eigenaars werd al uitgesproken in 2023 door het hof van beroep in Gent. Dat arrest werd echter in januari vernietigd door het Hof van Cassatie, niet omwille van de inhoud, maar wegens een onvoldoende motivering.

In het nieuwe arrest zegt het Gentse hof rekening te hebben gehouden met de opmerkingen van Cassatie. Maar inhoudelijk komt het opnieuw tot dezelfde conclusie.

Volgens de rechters zijn de argumenten van de gemeente onvoldoende om een verschillend fiscaal regime tussen vaste inwoners en eigenaars van tweede verblijven te rechtvaardigen.

Het hof stelt onder meer dat “het werkelijke doel van de belasting op tweede verblijven erin bestaat om eigenaars van tweede verblijven te laten bijdragen aan de gemeentelijke uitgaven voor openbare diensten”.

Ook het argument dat het om een “vermogensbelasting” zou gaan, noemt het hof “niet relevant, niet ernstig en niet overtuigend”.

De belasting blijft voorlopig wel bestaan

De uitspraak betekent niet automatisch dat de belasting volledig verdwijnt.

Belgische gemeenten beschikken namelijk over een ruime fiscale autonomie. Ze mogen zelf belastingen invoeren, zolang die de grondwettelijke principes respecteren.

Concreet geldt het arrest enkel voor de belastingplichtigen die effectief een procedure hebben opgestart. De gemeente kan de belasting dus blijven innen bij eigenaars die geen bezwaar indienen.

Ondertussen besliste het gemeentebestuur eerder dit jaar zelfs om de belasting fors te verhogen: van 810 naar 990 euro per jaar.

Hoe kan je deze belasting aanvechten?

Voor eigenaars blijft de procedure vrij complex en bovendien moet ze elk jaar opnieuw worden opgestart.

Na ontvangst van het aanslagbiljet heb je drie maanden de tijd om een administratief bezwaar in te dienen bij het college van burgemeester en schepenen.

De gemeente heeft vervolgens zes maanden om te antwoorden. Bij een weigering — of wanneer er geen antwoord komt — kan je naar de rechtbank van eerste aanleg in Brugge stappen.

Daarna kan de zaak eventueel nog naar het hof van beroep en uiteindelijk zelfs naar het Hof van Cassatie gaan.

Mogelijke gevolgen voor andere kustgemeenten

Het nieuwe arrest zal ongetwijfeld ook aandachtig gevolgd worden door andere kustgemeenten waar belastingen op tweede verblijven een belangrijke inkomstenbron vormen.

De voorbije jaren verhoogden verschillende badplaatsen dergelijke belastingen fors, onder meer door de stijgende vastgoedprijzen en de toenemende druk op de lokale woonmarkt.

Volgens vastgoedwaarnemers zou deze uitspraak het debat over de fiscale autonomie van gemeenten en de gelijke behandeling van eigenaars opnieuw kunnen aanwakkeren.