
appart
27 May 2026
In 2026 hebben 88 gemeenten de onroerende voorheffing verhoogd, tegenover zes een jaar eerder. Dat blijkt uit het Property Tax Report van financieel consultancybedrijf Ayming Belgium, dat vastgoedbelastingen voor niet-residentiële gebouwen in kaart brengt.
De berekening van de onroerende voorheffing, die zowel particulieren als bedrijven betalen voor vastgoedbezit, gebeurt op basis van het kadastraal inkomen (KI). Daarop past het gewest een basisheffing toe en vervolgens heffen de provincies en gemeenten via de opcentiemen een lokale toeslag.
In 2026 verhoogden 88 Belgische gemeenten de opcentiemen. In 2025 waren dat er nog zes. "Stijgende kosten voor pensioenen, politie, brandweer en sociale diensten zetten gemeentefinanciën overal onder druk", zegt Dorian Clément, finance & tax Manager bij Ayming. "De vastgoedbelasting is de meest directe hefboom die gemeenten daarvoor hebben en die wordt nu gegrepen. Dat is niet zo onschuldig, want voor bedrijven die investeren of een vestiging plannen, is de vastgoedbelasting geen bijkomstigheid."
Door de hogere onroerende voorheffing stijgt de belastingdruk, de onroerende voorheffing gedeeld door het KI, in België van 50,58 tot 51,29 procent.
Met een gemiddelde van 47,22 procent blijft Vlaanderen de fiscaal meest aantrekkelijke regio. Toch verhoogden 56 Vlaamse gemeenten hun basistarief. Bovendien leggen daarnaast 24 gemeenten hogere tarieven op specifiek voor bedrijven en kantoren, terwijl het tarief voor particulieren ongewijzigd blijft.
Brusselse kantooreigenaars betalen niet één, maar drie belastingen. De onroerende voorheffing, een eigen gewestbelasting op niet-residentiële oppervlakten en in bijna elke gemeente ook nog aparte gemeentelijke kantoorbelastingen. Met een gemiddelde onroerende voorheffing van 58,48 procent is Brussel al het zwaarst belast van de drie gewesten, nog vóór die twee extra lagen worden meegerekend.
De totale belastingdruk in veertien van de negentien Brusselse gemeenten ligt zo boven de 70 procent. Vorig jaar waren dat er nog negen. Schaarbeek (81,58 procent) en Sint-Joost-ten-Node (80,02 procent) overschrijden allebei zelfs de grens van 80 procent.
"Het gevolg is zichtbaar op de kantorenmarkt", zegt Clément. "De leegstand in Brussel bedraagt 8,7 procent en stijgt sinds 2018. Bedrijven wijken steeds vaker uit naar de Vlaamse Rand. De recent gevormde Brusselse gewestregering heeft hefbomen om daar verandering in te brengen en staat nu voor de uitdaging om opnieuw vastgoedinvesteringen aan te trekken."
Wallonië hanteert een gemiddeld tarief van 55,22 procetn. 24 gemeenten verhoogden hun tarieven, met Waver als sterkste stijger (+31 procent). 48 gemeenten overschrijden de grens van 60 procent, voornamelijk gemeenten in Henegouwen.