
2 July 2026
Het mobiliteitsbudget werd ooit ingevoerd om werknemers een duurzaam alternatief te bieden voor de bedrijfswagen. In de praktijk blijkt het echter vaak voor een heel ander doel te worden gebruikt. Bijna de helft van de werknemers die vandaag een mobiliteitsbudget ontvangt, besteedt dat volledig aan de terugbetaling van huur- of hypotheekkosten.
Dat blijkt uit een studie van consultant KPMG, gebaseerd op gegevens van mobiliteitsplatform Olympus, waarover De Tijd bericht. Het mobiliteitsbudget laat werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen toe die wagen vrijwillig in te ruilen voor een fiscaal voordelig budget. Dat budget kan worden besteed aan duurzame mobiliteitsoplossingen, zoals een kleinere of elektrische wagen, een fiets, openbaar vervoer of andere vervoersalternatieven. Werknemers die binnen een straal van tien kilometer van hun werk wonen of minstens de helft van hun tijd van thuis uit werken, kunnen het budget echter ook gebruiken voor de terugbetaling van hun woonkosten.
Net die mogelijkheid blijkt bijzonder populair. Volgens de studie gebruikt bijna drie kwart van de werknemers met een mobiliteitsbudget het systeem minstens gedeeltelijk voor huisvestingskosten. Meer nog: 45 procent besteedt het volledige budget uitsluitend aan huur of hypotheek, zonder te investeren in andere duurzame mobiliteitsoplossingen. Gemiddeld gaat het om een maandelijkse terugbetaling van 794 euro.
De cijfers duiken op op een cruciaal moment. Vandaag beslissen bedrijven nog zelf of ze hun werknemers een mobiliteitsbudget aanbieden. Dat gebeurt momenteel bij ongeveer 2.000 werkgevers, goed voor zo’n 22.000 gebruikers. Vanaf volgend jaar verandert dat echter ingrijpend. Bedrijven met minstens 50 werknemers zullen verplicht worden om medewerkers met een bedrijfswagen ook een mobiliteitsbudget aan te bieden. Een jaar later volgt dezelfde verplichting voor kmo’s met minstens 15 werknemers. In totaal rijden in België meer dan 570.000 bedrijfswagens rond.
Volgens de onderzoekers roept het huidige gebruik van het mobiliteitsbudget vragen op over de oorspronkelijke doelstelling van het systeem. Het is immers onduidelijk of de terugbetaling van woonkosten daadwerkelijk leidt tot duurzamere mobiliteit. Er zijn vandaag onvoldoende gegevens om te bepalen of werknemers hierdoor dichter bij hun werk gaan wonen, vaker de auto laten staan of bijdragen aan minder files en lagere uitstoot.
De auteurs van de studie stellen vast dat het mobiliteitsbudget in de praktijk vaak eerder wordt ingezet voor woon- en fiscale optimalisatie dan als instrument om mobiliteitsgedrag te veranderen. Daarnaast wijzen ze op mogelijke ongelijkheden. Werknemers die dicht bij hun werk wonen of veel kunnen thuiswerken, genieten van voordelen die voor collega's met een andere woonplaats of functie niet toegankelijk zijn. Dat zorgt volgens hen steeds vaker voor discussies binnen bedrijven.
Ook de administratieve toepassing van het systeem roept vragen op. Zo zijn er volgens de onderzoekers gevallen bekend waarbij werknemers vragen om administratief aan een andere vestiging te worden gekoppeld om aan de afstandsvoorwaarde van tien kilometer te voldoen, terwijl ze in werkelijkheid elders werken.
KPMG pleit daarom voor een bijsturing van het systeem. Een van de voorstellen is om de thuiswerkvoorwaarde te schrappen of het voordeel geleidelijk af te bouwen naarmate de afstand tussen woon- en werkplaats groter wordt. Op die manier zou het mobiliteitsbudget beter aansluiten bij zijn oorspronkelijke doelstelling en tegelijk eerlijker worden voor alle werknemers.
Ook de sociale partners vragen al langer om de terugbetaling van huisvestingskosten te beperken tot maximaal de helft van het mobiliteitsbudget. Volgens berekeningen van KPMG zou zo'n beperking het jaarlijkse nettovoordeel voor werknemers die hun volledige budget aan woonkosten besteden gemiddeld met 1.780 tot 1.919 euro doen dalen. De andere helft van het budget zou dan worden uitbetaald, wat fiscaal minder voordelig is.
Of de federale regering die richting zal uitgaan, is voorlopig nog onduidelijk. Minister van Werk David Clarinval onderzoekt verschillende pistes, maar zes maanden voor de verplichte uitbreiding van het mobiliteitsbudget is er nog geen duidelijkheid over de toekomstige regels. Dat zorgt voor ongerustheid bij werkgevers en sociale partners, die erop wijzen dat de invoering van het systeem aanzienlijke administratieve voorbereidingen vraagt.