
Bij hevige regenval kunnen Vlaamse riolen het water niet altijd verwerken. Via overstorten komt dan ongezuiverd afvalwater in beken en rivieren terecht. Volgens berekeningen van Aquafin gaat het jaarlijks om een hoeveelheid afvalwater die overeenkomt met wat 400.000 inwoners produceren. Een klimaatbestendige woning en wijk kunnen helpen om die druk op het rioolstelsel te verminderen.
Een stevige regenbui lijkt op het eerste gezicht vooral een probleem van plassen, ondergelopen straten en water in de kelder. Maar ook onder de grond ontstaat dan een enorme druk. In grote delen van Vlaanderen voeren riolen regenwater en afvalwater immers samen af. Wanneer het systeem tijdens een hevige bui dreigt te overstromen, worden overstorten geactiveerd. Het overtollige water wordt dan rechtstreeks naar een beek of rivier afgevoerd.
Daarbij zit ook ongezuiverd afvalwater.
Hoeveel vervuild water zo jaarlijks in de Vlaamse waterlopen terechtkomt, is niet exact gemeten. Maar simulaties van rioolbeheerder Aquafin geven wel een duidelijke indicatie. Volgens Geert Dirckx, programmacoördinator Overstorten bij Aquafin, komt via de overstorten jaarlijks een hoeveelheid vervuild water in de waterlopen terecht die vergelijkbaar is met de totale afvalwaterproductie van 400.000 inwoners, zegt hij aan De Standaard.
“Dat is alsof een middelgrote stad al haar afvalwater ongezuiverd zou lozen.”
Aquafin baseerde die berekening op modelberekeningen van 8.300 van de ongeveer 9.500 overstorten in Vlaanderen. Tegen eind dit jaar wil de organisatie de berekeningen voor alle overstorten afronden.
Het probleem wordt bovendien niet kleiner. Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met korte, intense regenbuien. Net die piekbuien zetten het rioleringssysteem onder druk.
Uit cijfers over 1.050 overstorten blijkt dat die gemiddeld 29 keer per jaar in werking treden. Dat ligt aanzienlijk hoger dan de zeven tot tien keer waarop ingenieurs traditioneel rekenen.
Volgens waterbouwkundige Patrick Willems van KU Leuven toont dat aan dat onze rioleringsinfrastructuur steeds moeilijker is afgestemd op de extremere weersomstandigheden.
De oplossing ligt dan ook niet alleen in grotere riolen. Integendeel: steeds meer aandacht gaat naar de vraag hoe we regenwater kunnen vermijden in de riolering.
Een van de eenvoudigste ingrepen begint bij de woning zelf. Regenwater hoeft niet altijd zo snel mogelijk via een afvoerputje en de riolering weg. Door water op te vangen, te hergebruiken of in de bodem te laten infiltreren, wordt de piekbelasting op het riool kleiner.
Denk aan regenwaterputten, infiltratievoorzieningen, groendaken, waterdoorlatende verharding en voldoende onverharde oppervlakte in de tuin.
Ook ontharding speelt een belangrijke rol. Hoe meer bodem wordt bedekt met beton, klinkers of asfalt, hoe minder regenwater in de grond kan dringen. Bij een hevige bui stroomt dat water vervolgens richting riolering.
Door regenwater langer op het eigen perceel vast te houden, snijdt het mes bovendien aan twee kanten. Er komt minder water in het riool terecht én er kan meer water in de bodem infiltreren. Dat helpt het grondwaterpeil op peil te houden en maakt de omgeving weerbaarder tegen droogte.
Een andere oplossing zijn gescheiden rioleringsstelsels, waarbij regenwater en afvalwater afzonderlijk worden afgevoerd. Bij een overstort in zo’n systeem gaat in principe alleen regenwater naar de waterloop, waardoor de ecologische impact veel kleiner is.
Maar een snelle omschakeling is niet realistisch. Naar schatting 90 procent van de Vlaamse rioleringen bestaat nog uit gemengde systemen. Die allemaal vervangen is technisch, praktisch en financieel een enorme operatie.
Bovendien kunnen overstorten ook in een modern rioleringsstelsel noodzakelijk blijven om wateroverlast en schade aan de infrastructuur te voorkomen.
Daarom verschuift de aandacht steeds meer naar de bron: zorg ervoor dat regenwater zo weinig mogelijk in de riolering terechtkomt.
Hevige regen is niet het enige probleem. Ook lange droge periodes kunnen de impact van een overstort vergroten. Wanneer er weinig water in een beek of rivier staat, wordt het geloosde afvalwater minder verdund.
Dat kan de omstandigheden creëren waarin blauwalgen goed gedijen. Deze bacteriën groeien vooral in warm, voedselrijk water met veel stikstof en fosfor, stoffen die onder meer in afvalwater voorkomen.
De Vlaamse Milieumaatschappij kreeg deze zomer al een recordaantal meldingen over blauwalgen: 24, bijna dubbel zoveel als in dezelfde periode vorig jaar. De gevolgen zijn niet alleen ecologisch. Waterlopen kunnen tijdelijk worden afgesloten voor recreatie en landbouwers kunnen belangrijke waterbronnen verliezen.
Vlaanderen investeert ondertussen fors in rioleringsinfrastructuur. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns maakte 500 miljoen euro extra vrij voor investeringen, boven op de reguliere investeringen van 120 miljoen euro per jaar.
Maar ook de bouwsector en particuliere bouwers spelen een rol. Wie vandaag een woning bouwt of verbouwt, kan mee bepalen hoeveel regenwater uiteindelijk in het riool belandt.
Een regenwaterput is daarbij maar één onderdeel. Een doordachte combinatie van opvang, hergebruik, infiltratie en ontharding kan ervoor zorgen dat een groot deel van het hemelwater op het eigen perceel blijft.
Dat is niet alleen goed voor de riolering en de waterkwaliteit. Het zorgt ook voor meer waterbeschikbaarheid tijdens droge periodes en verkleint het risico op wateroverlast bij de volgende stortbui.