Artikel

Is je woning in slechte staat? Dan kan je waterfactuur flink oplopen

Wist je dat hoe slechter de staat van een woning is – denk aan lekkende toiletten of kranen – hoe groter het risico op waterarmoede wordt? Nu België de voorbije maanden verschillende periodes van intense hitte heeft gekend, blijkt toegang tot voldoende kwaliteitsvol water meer dan ooit een essentiële voorwaarde voor een menswaardig bestaan. Toch blijft die toegang voor heel wat gezinnen moeilijk. Volgens de nieuwe Barometer Waterarmoede, uitgevoerd op initiatief van de Koning Boudewijnstichting, besteedt 12,4% van de Belgische huishoudens een buitensporig groot deel van hun beschikbare budget – na aftrek van de woonkosten – aan de factuur voor leidingwater.

Om deze problematiek beter in kaart te brengen en de aandacht te vestigen op deze maatschappelijke uitdaging, gaf de Koning Boudewijnstichting onderzoekers van de ULB en de Universiteit Antwerpen de opdracht om een nieuwe editie van de Barometer Waterarmoede op te stellen. Deze nieuwe studie, gebaseerd op de SILC-gegevens van 2024, brengt de ongelijkheid op het vlak van toegang tot water objectief in kaart, volgt de evolutie ten opzichte van de eerste editie – gebaseerd op gegevens uit 2021 – en biedt inzichten die het beleid kunnen ondersteunen.

Uit de studie blijkt dat in België 12,4% van de huishoudens – of 11,1% van de bevolking – in 2024 met waterarmoede te maken had. Concreet betekent dit dat hun uitgaven voor leidingwater als te hoog worden beschouwd in verhouding tot hun beschikbare inkomen, na aftrek van de woonkosten. Hoewel dit percentage licht is gedaald ten opzichte van de 13,8% in 2021, bevestigt het dat de waterfactuur voor een aanzienlijk deel van de bevolking relatief zwaar blijft doorwegen.

Grote regionale verschillen

Net als in 2021 zijn er aanzienlijke regionale verschillen:

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft het zwaarst getroffen: 23,2% van de huishoudens kampt er in 2024 met waterarmoede, tegenover 21,9% in 2021. De lagere beschikbare inkomens en het uitgesproken stedelijke karakter van het Gewest – waardoor alternatieve waterbronnen zoals regenwaterputten of waterputten minder beschikbaar zijn – vormen hiervoor waarschijnlijk een verklaring.

Wallonië kent een duidelijke verbetering: 15,6% van de huishoudens leeft er in 2024 in waterarmoede, tegenover 19,3% in 2021. Mogelijk houdt dit verband met de stabilisering van de Waalse watertarieven tijdens een periode van hoge inflatie.

Vlaanderen kent de minst ongunstige situatie: 8,5% van de huishoudens heeft er in 2024 te maken met waterarmoede, tegenover 9,1% in 2021.

Lagere waterfacturen… maar niet voor iedereen in dezelfde mate

Een opvallende evolutie: de waterfactuur van huishoudens is tussen 2021 en 2024, uitgedrukt in constante prijzen en dus gecorrigeerd voor inflatie, met 12% gedaald. Dat is onder meer te verklaren door het toenemende gebruik van alternatieve waterbronnen en, in Wallonië, door stabiele tarieven die de gevolgen van de hoge inflatie hebben getemperd. Toch profiteert niet iedereen in dezelfde mate van die daling: de meest welgestelde huishoudens lijken er meer voordeel uit te hebben gehaald.

Waterarmoede blijft een duidelijke indicator van sociale ongelijkheid: de kostprijs van water weegt zwaarder door voor de meest kwetsbare huishoudens. Net als in 2021 lopen bepaalde groepen een bijzonder hoog risico: huishoudens met een armoederisico (55,7%), huishoudens met een lage werkintensiteit (42%), huishoudens uit de zogenaamde ‘lagere’ middenklasse (17,3%), eenoudergezinnen (20,4%), alleenstaanden (17,9%), mensen die hun gezondheid als slecht of zeer slecht beoordelen (19,5%) en huurders (23,1%) – zowel op de sociale als de private huurmarkt. Samen vertegenwoordigen zij 63,9% van de huishoudens die met waterarmoede kampen.

Ook de kwaliteit van de woning heeft een grote invloed op het risico op waterarmoede: hoe slechter de staat van de woning – bijvoorbeeld door lekkende toiletten of kranen – hoe groter het risico. Ook het woningtype speelt een rol. Huishoudens die in een appartement wonen, hebben vaker te maken met waterarmoede (20,1%) dan huishoudens die in een huis wonen (9,1%). Dat komt onder meer doordat bewoners van appartementen minder toegang hebben tot alternatieve bronnen voor hun watervoorziening.

Verschillende steunmechanismen

De administratieve gegevens tonen aan dat de drie gewesten verschillende benaderingen hanteren om watergebruikers te beschermen:

In Vlaanderen bestaat er voor bepaalde bijzonder kwetsbare groepen een sociaal watertarief. Tegelijkertijd is het gebruik van debietbegrenzers sterk toegenomen: van 777 in 2021 naar 1.915 in 2024. Daardoor kon een aantal afsluitingen van de watertoevoer worden vermeden.

In Wallonië ondersteunt een Sociaal Waterfonds bepaalde begunstigden van sociale bijstand. Debietbegrenzers worden er steeds minder gebruikt: 50 in 2024 tegenover 1.767 in 2019. Ook het aantal waterafsluitingen blijft beperkt.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat eveneens een Sociaal Waterfonds. Afsluitingen van de watertoevoer zijn er verboden en debietbegrenzers worden er niet gebruikt.

Aandacht behouden en actie versterken

Ondanks enkele bemoedigende evoluties sinds 2021 blijven de vaststellingen grotendeels vergelijkbaar met die van de eerste Barometer. Dat onderstreept het structurele karakter van waterarmoede. In een context waarin de gevolgen van de klimaatverandering steeds voelbaarder worden en periodes van intense hitte vaker voorkomen, is betaalbare toegang tot water een essentiële uitdaging.

Met deze Barometer wil de Koning Boudewijnstichting de aandacht blijven vestigen op deze vaak weinig zichtbare problematiek en de ontwikkeling stimuleren van oplossingen die zijn afgestemd op de meest kwetsbare huishoudens.

L.B.
Stel een vraag