
De recente gebeurtenissen in de Hoge Venen brengen een thema opnieuw onder de aandacht waar eigenaars, kopers en verbouwers steeds moeilijker omheen kunnen: de impact van de klimaatverandering op de duurzaamheid en bescherming van hun woning. Stormen, overstromingen, droogte en hittegolven zijn al lang geen verre bedreigingen meer. In België en elders in Europa (Frankrijk, Spanje…) worden dergelijke klimaatextremen steeds intenser en frequenter, met rechtstreekse gevolgen voor de kostprijs van onze woonverzekering. Maar hoever kan die impact gaan? We zetten alles op een rij…
Steeds meer burgers worden zich bewust van deze financiële realiteit. Ons systeem biedt vandaag nog een ruime bescherming en zorgt er voorlopig voor dat iedereen zich kan verzekeren. Toch groeit terecht de bezorgdheid over de betaalbaarheid van deze essentiële bescherming op lange termijn. Voor wie wil bouwen of renoveren, is het dan ook belangrijk om deze evoluties goed te begrijpen en er bij toekomstige vastgoedprojecten zoveel mogelijk op te anticiperen.
Dat woonverzekeringen duurder worden, is bovendien niet alleen een gevoel. De cijfers op lange termijn bevestigen de trend: over een periode van dertig jaar, van 1996 tot 2026, zijn de kosten van de woonverzekering in België duidelijk sneller gestegen dan het gemiddelde gezinsinkomen en ook veel sterker dan de gezondheidsindex. Verzekeraars zijn immers genoodzaakt hun tarieven aan te passen aan de toenemende risico's als gevolg van de klimaatverandering.
Die stijging is heel concreet voelbaar in het budget van Belgische gezinnen. In 1996 was de woonverzekering gemiddeld goed voor slechts 0,85% van de totale consumptie-uitgaven van een huishouden. In 2024 was dat aandeel bijna verdubbeld tot 1,61%. Om een idee te geven van de bedragen: een Belgisch huishouden gaf in 2024 gemiddeld 713 euro uit aan woonverzekeringen.
Deze economische realiteit roept ook belangrijke vragen op over sociale rechtvaardigheid. De facturen wegen verhoudingsgewijs uiteraard veel zwaarder door voor gezinnen met een bescheiden inkomen. Bij de laagste inkomens vertegenwoordigt de woonverzekering 1,56% van het consumptiebudget, tegenover slechts 1,11% bij de meest welgestelde huishoudens. Begrijpen hoe de premie wordt berekend, maakt het ook makkelijker om te bepalen op welke factoren eigenaars eventueel zelf invloed kunnen uitoefenen.
De woonverzekering, beter bekend als de brandverzekering, is gebaseerd op een aantal nauwkeurig bepaalde en gereglementeerde technische parameters. Om het bedrag van je premie vast te leggen, combineren verzekeringsmaatschappijen verschillende interne en externe factoren.
Eerst en vooral is er de Abex-index. Deze index is een belangrijke referentie in de bouwsector en wordt twee keer per jaar berekend om de evolutie van de prijzen van bouwmaterialen en arbeidskosten te volgen. Het doel is ervoor te zorgen dat je woning bij een eventuele heropbouw verzekerd is tegen de actuele nieuwbouwwaarde. Bijna 98% van de verzekeraars volgt deze index. Tussen januari en juli 2026 steeg de Abex-index van 1.056 naar 1.071, wat leidde tot een indexering van ongeveer 1,3% à 1,4% van de woonverzekeringscontracten.
Ook de algemene schadelast speelt een rol. Het gaat hierbij om de financiële verhouding tussen het totale bedrag dat een verzekeraar uitkeert voor schadegevallen en het totale volume aan premies dat hij ontvangt. Door de toename van grote klimaatschadegevallen verslechtert die verhouding, waardoor verzekeraars hun algemene tarieven moeten aanpassen om het financiële evenwicht van het systeem te behouden.
Daarnaast is er de kostprijs van de herverzekering. Verzekeringsmaatschappijen verzekeren zichzelf vaak bij grote internationale herverzekeraars om zich in te dekken tegen uitzonderlijke rampen. Door de wereldwijde toename van klimaatschade stijgen ook de kosten van die herverzekering. Die hogere kosten sijpelen uiteindelijk door naar lokale verzekeringscontracten.
Ook de fiscaliteit en nationale belastingen spelen een rol en hun impact op de eindfactuur is niet te verwaarlozen. Zo werd de jaarlijkse taks op niet-levensverzekeringsverrichtingen sinds 1 juli 2026 verhoogd van 9,25% naar 9,60%. Daarbovenop komt een specifieke bijdrage van 6,50% ten voordele van het Rampenfonds, geheven op het deel van de premie dat specifiek de risico's van stormen en natuurrampen dekt.
Door de indexering via de Abex-index te combineren met de evolutie van deze verschillende parameters hebben heel wat Belgische verzekeraars hun tarieven in 2026 al aangepast. Zo is sprake van geplande of reeds toegepaste premiestijgingen van ongeveer +1,7% bij AG Insurance, +2,7% bij Baloise, +3% bij Allianz en Beobank en +4% bij Argenta.
Door de omvang en de toenemende regelmaat van klimaatschokken hangt de duurzaamheid van ons verzekeringssysteem steeds meer af van een herdefiniëring van het partnerschap tussen private verzekeringsmaatschappijen en de overheid. Deze traditionele verdeling van de risico's moet ervoor zorgen dat verzekeringen betaalbaar en duurzaam blijven, zonder dat de volledige financiële last bij de verzekerden terechtkomt.
Binnen dat overleg geeft Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, belangrijke verduidelijkingen en tegelijk een relatief geruststellende boodschap aan de consument.
“De premie voor een woonverzekering (beter bekend als een ‘brandverzekering’) zal de komende jaren wellicht nog licht stijgen, zoals dat vandaag al het geval is. Maar we verwachten geen schokken. De tarieven zullen niet fors stijgen”, klinkt het bij Assuralia.
“Om op termijn problemen met de verzekerbaarheid te vermijden, moeten verzekeraars en overheden het eens worden over een aangepast dekkingssysteem voor natuurrampen, met andere woorden met meer duidelijkheid en stevige garanties over wie wat voor zijn rekening neemt, tussen de overheden (de federale overheid en de Gewesten) enerzijds en verzekeraars en herverzekeraars anderzijds. Daaraan wordt gewerkt in gemengde werkgroepen met overheden en verzekeraars, om de wetgeving rond de verzekering van natuurrampen te verbeteren en te verduidelijken”, besluit de beroepsvereniging.
Er is dus nog werk aan de winkel…